de ingediende

Actuele moties

Omwille van de privacy zijn de namen van de indieners weggehaald.

Amendement op statutenwijziging Wijzigingsvoorstel 19: Congres beslist over verkiezingen

Status: overgenomen, want het betreft het eigen voorstel. Het originele voorstel is op de website aangepast.

Het congres van de Revolutionair Socialistische Partij,

Actualiteit:

– Blijkbaar is er groot enthousiasme in Nijmegen om mee te doen met de gemeenteraadsverkiezingen, na een informatieavond over de gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd door de gemeente op 19 mei. Aangezien 19 mei ver na de deadline is voor inzendingen is het actueel.

Overwegende dat:

– Veel deadlines voor de gemeenteraadsverkiezingen eind dit jaar, begin volgend jaar zijn,

– Statutenwijziging 19 bepaald dat het congres voorwaarden moet opstellen voor afdelingen om mee te doen aan verkiezingen,

– Het nu te laat is voorwaarden op te stellen en in te dienen, en een goede discussie hierover te hebben vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2026,

– Het wellicht wenselijk is dat hier een spoedcongres over wordt georganiseerd, doch dat dit een vrij grote taak is,

– De situatie zich kan voordoen waar een afdeling nog moet besluiten over verkiezingsdeelname;

Wijzigt statutenwijziging 19: Congres beslist over verkiezingen als volgt:

– Voeg het volgende punt toe aan de kop ‘Spreekt uit dat’: “Uitzondering op deze statutenwijziging is de gemeenteraadsverkiezing van 2026. Het congres stelt voor deze verkiezingen de voorwaarde dat de deelname door de afdeling goedgekeurd wordt door het bestuur.”

Toelichting: 

19 mei was ik samen met een kameraad naar een informatieavond geweest van de gemeente Nijmegen over meedoen aan de verkiezingen. Na gesprekken voorafgaand aan de informatieavond en gesprekken daarna, blijkt dat er in Nijmegen veel enthousiasme heerst om mee te doen aan de verkiezingen. 

Aangezien ik ook statutenwijziging 19 heb ingediend, die het congres de verkiezingsdeelname zou laten moeten besluiten, dien ik dit amendement in om het bestuur voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 de macht te geven om toestemming te verlenen aan afdelingen om mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. 

We zouden ook een speciaal congres kunnen organiseren, echter lijkt dit me verspilling van moeite, tijd en menskracht die we beter ergens anders kunnen gebruiken, zoals verkiezingscampagnes. 

Afgezien van bovenstaande, de kans om te winnen in Nijmegen is aanwezig in mijn optiek, met een kiesdeler de vorige verkiezingen van rond de 2000. Ik denk dat we een goede campagne kunnen opzetten en zo ook onze bekendheid vergroten en wellicht een zetel kunnen winnen die zou dienen voor agitatie in de gemeenteraad. Ook krijgen we op deze manier ervaring met verkiezingen binnen onze organisatie, dat erg belangrijk is. 

Daarbij: Uit de grapevine heb ik gehoord dat de NCPN mee wil doen aan de aankomende Tweede Kamerverkiezingen, en de strijd voor de hoogste relevantie op revolutionair links kunnen wij niet aan hen afstaan. Deze strijd moeten wij winnen als democratische organisatie. We kunnen en mogen niet een bureaucratische organisatie deze relevantie laten winnen.

Wijzigingsvoorstel 11 voor concept-HR

Artikel 2 lid 2:

De hoogte van de contributie wordt vastgesteld door het congres, en bedraagt 0,5% (een half procent) van het bruto inkomen van het lid, met een minimum van €12,50 (twaalf en een halve euro) in de maand voor werkenden en €7,50 (zeven en een halve euro) in de maand voor werklozen en studenten.

Toelichting: Deze wijziging was teruggetrokken door het bestuur, maar ik ben het eens met de wijziging. Als organisatie moeten we ons realiseren dat het enige geld dat we hebben datgene is dat we van onze leden krijgen. De bedragen zijn daarnast niet veel: €7,50 is, om het even in andere dingen uit te drukken, twee biertjes op het terras of iets meer dan een gemiddelde maaltijdsalade. €12,50 is een of twee biertjes meer of een maaltijdsalade meer. Beide bedragen zijn tevens minder dan 0,03% van het bruto modaal inkomen. Mocht het desondanks te veel zijn, kan een lid altijd uitzondering aanvragen bij de afdeling zoals in een ander wijzigingsvoorstel beschreven.

Dit is tevens de juiste manier om het te veranderen, gezien de contributie in het Huishoudelijk Reglement (HR) wordt vastgelegd en het HR boven andere besluiten staat. Als het via apart besluit moest worden besloten, zou het niet in het HR staan, gezien je dan bij een wijziging van de contributie zowel een motie als een HR-wijziging zou moeten indienen. Daarnaast is het HR ook een congresbesluit.

Motie 10: Betreffende afwijking van het minimumprogramma inzake UNRWA en solidariteit met het Palestijnse volk

Ingediend door: afdeling Zuid-Limburg

Ter behandeling op: het vierde congres van de Revolutionair Socialistische Partij (RSP)  bijeen op 31 mei 2024 te Utrecht.

Overwegende dat: 

1. Het minimumprogramma van de RSP de eis stelt van uittreding uit de Verenigde Naties (VN);  

2. Deze eis in de praktijk belemmert dat de RSP voluit solidariteit kan betuigen met het Palestijnse volk, met name in Gaza, waar de VN-organisatie UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees) een cruciale rol speelt in humanitaire hulp;  

3. De Nederlandse overheid, in navolging van andere westerse regeringen, de financiering van UNRWA heeft stopgezet, wat een zware klap betekent voor de Palestijnse bevolking;  

4. Internationale solidariteit met onderdrukte volkeren een kernwaarde is van revolutionair-socialistische politiek;  

Constaterende dat:

1. De eis van uittreding uit de VN in dit geval een dogmatische belemmering vormt voor praktische solidariteit;  

2. Het noodzakelijk is om in concrete gevallen ruimte te hebben voor tactische flexibiliteit zonder de principiële anti-imperialistische uitgangspunten op te geven;  

Verzoekt het congres:

1. Af te wijken van het minimumprogramma voor zover het de eis van uittreding uit de VN betreft, wanneer dit de steun aan UNRWA en daarmee de Palestijnse vluchtelingen in de weg staat;  

2. Een solidariteitscampagne op te zetten om de door de Nederlandse overheid ingehouden gelden voor UNRWA te compenseren via fondsenwerving onder de arbeidersklasse en progressieve organisaties;  

3. Actief samen te werken met Palestijnse solidariteitscomités, vakbonden en internationale socialistische bewegingen om druk uit te oefenen op de regering om de financiering aan UNRWA onmiddellijk te hervatten;  

En gaat over tot de orde van de dag. 

Toelichting:

We zijn allemaal op de hoogte van de schrijnende situatie in Gaza. Op het moment van schrijven ligt Gaza vrijwel volledig in puin, ligt het officiële dodental op 52.000 (wat waarschijnlijk veel hoger ligt), en sterven er nu dagelijks velen door de acute hongersnood omdat Israël vrijwel alle hulp blokkeert.

Op het tweede congres in juni vorig jaar hebben we ons minimumprogramma aangenomen. In dit programma is wijzigingsvoorstel 113 aangenomen getiteld “Weg met de VN!” waarin wordt opgeroepen dat we staan voor een volledige uittreding uit de VN, iets wat sindsdien onderdeel is van onze eisen.

Dit standpunt blokkeert onze interventie als het gaat om solidariteit met de mensen in Gaza. Deze motie roept op om minimaal een uitzondering te maken voor UNRWA, die zelfs na haar verbod door Israël de meest effectieve en best georganiseerde hulporganisatie in Gaza is, met decennia aan ervaring. Afgelopen december werd in de Kamer een motie aangenomen om de hulp aan UNRWA te verlagen met ruim 20%, van €19 miljoen naar €15, met op termijn een vrijwel volledige afbouw naar nul.

Het is hoog tijd dat we concreet zijn in onze solidariteit. Elke dag dat wij de VN volledig negeren kost dit mensenlevens. Deze motie roept op tot het opzetten van een campagne om de steun die de overheid terugtrekt op z’n minst te compenseren en idealiter uit te breiden.

Wijzingsvoorstellen Ä38 – Ä43: paragrafen over wonen

  1. I. p. 15, de tekst:

… veroorzaakt door het aan kapitaal overlaten van woningbouw

  1. Verwijderen
  2. Toelichting:

De wooncrisis is een complex geheel. Het idee dat deze één enkele oorzaak kent, en wel een woningtekort, is pure ideologische kolder die gretig door projectontwikkelaars verspreid wordt. Als dé oorzaak van de crisis een woningtekort is, dan is dé oplossing ook helder: bouwen, bouwen, bouwen. Het liefst in de kleine beetjes natuurlijke omgeving die Nederland nog kent, omdat het intensiveren en bijbouwen in het stedelijke gebied een blik wormen opentrekt van NIMBY’s en juridische hoofdpijnen.

Recent nog publiceerde de Groene een uitgebreid artikel dat dit misverstand goed blootlegt: https://www.groene.nl/artikel/bouwen-bouwen-bouwen-is-veel-te-simpel (het artikel zelf lijkt voor een door de Abundance Agenda geïnspireerde dereguleringsslag te pleiten die volgens mij ook onzin is, maar die conclusie volgt niet noodzakelijk uit de vaststelling dat de wooncrisis complexer is dan een woningtekort)

Het is daarnaast belangrijk om je te realiseren dat, in zoverre er sprake is van een woningtekort, dit tekort niet absoluut maar relatief is. De meeste huiseigenaren verkopen hun huis gemakkelijk met winst en kunnen met de opbrengst wat moois uitkiezen op funda.nl. Voor hen bestaat geen woningtekort. Ik denk dat dit ook is wat er wordt bedoeld met dat het probleem van het woningtekort is dat woningbouw wordt overgelaten aan kapitaal. Het klopt dat kapitaal alleen geïnteresseerd is in het realiseren van projecten waarop de meeste winst gemaakt kan worden, en dat dat momenteel niet de betaalbare woningen zijn. Maar het is ten eerste voorstelbaar (zelfs als niet waarschijnlijk) dat je het bouwen van betaalbare woningen financieel aantrekkelijker maakt binnen een kapitalistische markt (bijvoorbeeld dmv staatsfinanciering). En ten tweede, zelfs als bijv. een nationaal bouwbedrijf zich buiten de markt om gaat toeleggen op het bouwen woningen die vervolgens voor een betaalbare prijs kunnen worden aangeboden, dan is dat onvoldoende om de wooncrisis op te lossen, omdat enkel het aanbieden van betaalbare woningen niet genoeg is om de woningmarkt af te schaffen. Er is hiermee bovendien nog niets gezegd over de dominerende macht van pandjesbazen en het democratisch tekort van woningcorporaties: dit zijn namelijk geen problemen die zijn ontstaan uit, of in stand gehouden worden door het woningtekort. Dit zijn problemen die volgen uit de prioriteit die Nederland en de Europese overheid geven aan het eigendomsrecht (in het geval van pandjesbazen), en de neoliberale denkwijze volgens welke het verhuren en onderhouden van een woning moet worden overgelaten aan experts omdat gewone huurders er te dom voor zijn (in het geval van corporaties).

  1. II. p. 16, de tekst:

Wonen

De liberalisering van de volkshuisvesting sinds de jaren 90, met het omvormen van de woningbouwverenigingen naar woningcorporaties, en in het bijzonder de liberalisering van de vrije-sector huurmarkt sinds 2010, heeft ervoor gezorgd dat het bouwen van woningen geen overheidstaak of taak van woningbouwverenigingen meer is, maar wordt overgelaten aan de markt.5

  1. https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/overige-publicaties/2010/hervorming-woningmarkt.pdf (laatst bezocht: 24 maart 2025).
  2. Vervangen door:

Wooncrisis

Mensen worden weggejaagd uit de buurten en steden waar ze zich thuis voelen. Zij die te weinig verdienen om in aanmerking te komen voor een koophuis zien een steeds groter deel van hun inkomen verdwijnen in de zakken van hun huisbaas, hun rechten worden gretig afgebroken door de extreemrechtse regering in Nederland. En tot slot worden ze dakloos gemaakt wanneer het kapitaal geen enkele cent meer uit ze kan persen. Dit is de wooncrisis. Aan de ene kant is de wooncrisis slechts één verschijningsvorm van de algemene crisistendens die het kapitalisme kenmerkt, maar aan de andere kant legt de wooncrisis het meest direct bloot dat de belangen van de bezittende klasse niet onze belangen zijn. De wooncrisis is daarom anno 2025 één van de belangrijkste strijdterreinen waarop revolutionair socialisten zich begeven.

  1. Toelichting:

Zie toelichting bij I over waarom de wooncrisis niet, of niet slechts, een woningtekort is.

  1. III. p. 16, de tekst:

Bijkomstig probleem voor het bijbouwen van woningen blijft de stikstofcrisis, waarbij een keuze voor het in stand houden van intensieve veehouderij, die vooral veel oplevert voor de grote agro-industrie zoals producenten van veevoer en groothandels, de mogelijkheid tot woningbouw in sommige gebieden in verband met bescherming van kwetsbare natuurgebieden sterk beperkt. De landbouwsector in Nederland heeft een bijzondere positie in die zin, dat er nog geen sprake is van oligopolievorming of monopolievorming op het productieniveau (anders dan op het niveau van aanvoerketens van producten die nodig zijn om landbouw te kunnen bedrijven en in de afzetketens, waar wel monopolies bestaan) zoals in andere sectoren van de economie, waardoor de Nederlandse boeren voor het grootste deel kleinburgers zijn. Dit leidt ertoe dat ze numeriek ietwat sterker zijn dan kapitalisten in enge zin, en voortdurende druk op hun winstpositie leidt ertoe dat ze bijzonder behoudend zijn om productie te verkleinen of te veranderen. We verwachten daarom, in samenhang met druk vanuit de grote agro-industrie in de aanvoerketens en afzetketens, niet dat er op korte termijn vanuit beperkingen op de landbouw een echte oplossing voor de neerslag van stikstof in de natuur gaat komen.

  1. Verwijderen, of anders licht aangepast verplaatsen naar een geschikte plaats onder het subkopje ‘Klimaat’
  2. Toelichting:

Dit gaat niet over de wooncrisis maar over de stikstofcrisis en de rol van de landbouwsector daarin. Die crises zijn met elkaar verbonden, maar de strekking van deze paragraaf benadrukt niet de problemen die de stikstofcrisis oplevert voor projectontwikkeling, maar in hoeverre kleinburgerlijke boeren schuld hebben aan het veroorzaken van deze crisis. Dit hoort daarom niet thuis in de subsectie over wonen. Mij lijkt het subkopje klimaat (of misschien: klimaatcrisis) een natuurlijker onderkomen voor dit stuk, maar het belangrijkste vind ik dat het niet hier thuishoort.

  1. IV. p. 21, na de tekst:

In afwijking van de situatie in de vakbeweging is er bij de woonbeweging niet echt één organisatie waarbij mensen zich duurzaam kunnen organiseren. Ten eerste is er de Woonbond als landelijke koepel voor praktische ondersteuning, die zich momenteel vooral richt op haar ANWB-functie, het leveren van juridische en bouwkundige kennis aan individuen en groepen die daarom vragen, het informeren van media en overheden over actuele problemen en het deelnemen aan overlegtafels.

  1. Toevoegen:

Zo heeft de Woonbond vrijblijvend, adviserend, deelgenomen aan het overleg over de Nationale Prestatieafspraken (NPA), waarin de overheid samen met corporaties (vertegenwoordigd door Aedes) afspraken maakt over subsidiëring, nieuwbouw, verduurzaming, etc. Ze brengen daarin een gematigd marktvriendelijk standpunt over wonen naar voren, wat er o.a. toe heeft geleid dat zij afgelopen jaar uit het overleg zijn gestapt toen bleek dat Minister Mona Keijzer de huren veel sneller wil laten stijgen dan de Woonbond dat wil. Bij de Woonbond leeft dus ook een bewustzijn dat de staat vijandig tegenover de belangen van huurders staat, een principiëel standpunt tegen de woningmarkt ontbreekt echter. Innige samenwerking met de woonbond is om die reden niet zinnig.

  1. V. p. 21, de tekst:

De Bond Precaire Woonvormen (BPW), belangrijk in de activistische woonbeweging waaronder in Woonopstand, strijd voor het recht op wonen. Dit doen ze door op te komen voor de woonrechten van mensen die tijdelijk, onzeker of te duur wonen. BPW richt zich op een specifieke groep huurders en gebruikers van woonruimte, maar is ook de initiatiefnemer van Wij Weigeren De Huurverhoging (WWDH) en richt zich daarmee ook op de huurders met een vast huurcontract, waaronder kamerhuurders.

  1. Vervangen door:

De Bond Precaire Woonvormen (BPW) is een activistisch initiatief van huurders die zich inzetten voor het recht op wonen. De BPW is initiatiefnemer van acties zoals Wij Weigeren De Huurverhoging (WWDH), waarmee zij gewone mensen, werkers, studenten, ondersteunen op een praktische manier.

De BPW is ontstaan uit de anarchistische kraakbeweging maar profileert zich als ‘apolitiek’ in die zin dat ideologie, en ideeën over de samenhang van strijdterreinen veelal op het intuïtieve niveau blijven. Zij profileren zich vooral door concrete, directe actievormen te (helpen te) ontplooien. ‘Apolitiek’ betekent hier dus vooral: anarchistisch, maar in de praktijk verzetten zij zich ook hard (en vaak op terechte gronden) tegen het kapen van activistische initiatieven door politieke partijen. Wij hebben tenminste de ambitie om ook een politieke partij te worden, en op dat punt zullen dan ook onze wegen waarschijnlijk scheiden. Daar staat tegenover dat de standpunten van de BPW goed overeenkomen met onze revolutionair socialistische aanpak van de wooncrisis: wij zullen nooit de belangen van het kapitaal zwaarder laten wegen dan de belangen van huurders. Bovendien is de BPW een echt democratische organisatie waarvan meerdere RSP’ers tevreden lid zijn. Tot slot is de samenwerking met de BPW, bijvoorbeeld in de coalitie Woonprotest Utrecht, hartelijk, productief, en waardevol.

Het is daarom niet overdreven om te stellen dat de BPW onze belangrijkste partner is in de strijd om de woningmarkt af te schaffen. De opbouw van een krachtige beweging tegen de kapitalistische uitbuiting en vóór gedemocratiseerde volkshuisvesting, zal met de BPW gebeuren, of ze zal niet gebeuren.

  1. VI. p. 22, na de tekst:

De strijd van WWDH tegen de huurverhogingen kan ook geplaatst worden in een bredere strijd tegen de hoge kosten van het levensonderhoud. Voor plaatselijke groepen woonprotest, al dan niet met een andere naam, en eventuele plaatselijke coalities tegen de extreme verrechtsing kan de campagne van WWDH van belang zijn als concrete actie richting de werkende klasse.

  1. Toevoegen:

Het grote nadeel van WWDH is dat de actie zich feitelijk beperkt tot huurders in het sociale segment. Niet alleen is dit segment veel kleiner dan we willen en daarmee een onnodige rem op de opbouw van de woonbeweging, het is ook het segment waar huurders relatief goed af zijn. De misstanden hier zijn reëel en niet te bagatelliseren, maar ze spelen zich af tegen een achtergrond van huurders die zich aan het einde van de dag toch gelukkig prijzen met hun sociale huurwoning, al was het maar omdat zovelen die er aanspraak op maken noodgedwongen in het middensegment of zelfs de vrije sector belanden.

  1. VII. p. 22, na VI (of anders na de paragraaf die aangehaald wordt in VI).
    1. Toevoegen:

Nieuwe actievormen

Voor de mensen die gedereguleerd huren bestaan momenteel geen effectieve actievormen en er wordt weinig zichtbaar geagiteerd op strijdterreinen die voor hen van materieel belang zijn. In de toekomst kan daar verandering in gebracht worden door ten eerste, i.s.m. de BPW, activiteiten te ontplooien m.b.t. huurstakingen.

Ten tweede zou het goed zijn om als organisatie te reflecteren op hoe we ons kunnen gaan inzetten voor het onteigenen van huisjesmelkers. Omdat onteigening een handeling van de staat is, ligt samenwerking met de BPW op dit vlak niet voor de hand. Het is daarentegen wellicht wel een optie om contact te zoeken met kameraden in het buitenland, specifiek die van DW Enteignen in Berlijn. Onteigening is, vanzelfsprekend, een belangrijk thema voor revolutionair socialisten. Het probleem is echter dat effectieve onteigening van particuliere verhuurders een compleet ander juridisch raamwerk vereist; zelfs de Berlijnse actiegroep die zich nog kon beroepen op een overblijfsel van de DDR-grondwet stuitte op juridische beperkingen. Feitelijk lijkt onteigening daarmee te verdwijnen achter de horizon van de socialistische machtsovername. Evengoed is het goed om te weten waar we het over hebben, en wat er mogelijk is, als we het hebben over onteigening door onze huidige kapitalistische staat.

Wijzigingsvoorstel Ä44: Ketikoti in de Perspectieventekst

  1. Pagina 44, de zin:

Daarnaast zijn er vier traditionele mobilisaties die we als RSP op voorhand kunnen plannen: 1 mei, 8 maart, 21 maart en de Sneevlietherdenking.

  1. Wijzigen in:

Daarnaast zijn er vijf traditionele mobilisaties die we als RSP op voorhand kunnen plannen: 1 mei, 8 maart, 21 maart, de Sneevlietherdenking, en Ketikoti.

  1. Pagina 44, na de zin:

De Sneevlietherdenking is minder geschikt voor massale openbare mobilisatie en heeft meer een scholende rol. Waarmee we intern een traditie van democratisch socialisme opbouwen en herdenken.

  1. Toevoegen:

Iets dergelijks geldt voor de afschaffing van de slavernij, een gebeurtenis die in Nederland en Suriname op 30 juni en 1 juli wordt herdacht en gevierd als Ketikoti.

  1. Toelichting:

In feite stel ik voor om Ketikoti toe te voegen aan de lijst van vaste mobilisaties. Ketikoti is, net zoals de Sneevlietherdenking, geen moment voor massaal protest maar wel een belangrijke gelegenheid voor scholing in, en herdenking van, de strijd tegen het kapitalisme. Dat is belangrijk omdat wij de rol van socialisten en communisten in de strijd tegen de slavernij niet mogen vergeten, maar ook omdat het vooruitzicht van een postkoloniale samenleving ons oriënteert in de strijd tegen het kapitalisme in het hier en nu. Tot slot is het niet onbelangrijk om op te merken dat wij in het minimumprogramma eisen dat Ketikoti een nationale feestdag wordt. Dan moeten we ook het goede voorbeeld geven!